Sommige dingen zijn bedoeld om mooi te zijn, maar het lukt ze maar niet. Andere zijn gemaakt om puur functioneel te zijn, maar worden met het verstrijken der jaren alleen maar mooier. Hoe kan dat toch? De Japanners hebben er een mooi woord voor: wabi-sabi. Het is de schoonheid van het onvolkomene, van de vergankelijkheid, van het onconventionele. Of, beter gezegd, het is de schoonheid van de bescheidenheid.

Het is een kernbegrip in de Japanse cultuur en omvat alle aspecten van een levenshouding waarin het gaat om het beschouwen van de natuur, het accepteren van het onvermijdelijke en van het verval. Sinds enkele jaren wordt het begrip wabi-sabi ook in onze blik op dingen relevanter. Terug naar de eenvoud, respect voor de natuur, aandacht voor stilte en tijd. De bekende Belgische kunstverzamelaar en interior-decorator Axel Vervoordt heeft zich sterk verbonden met de uitgangspunten van wabi-sabi. Deze zomer bezocht ik zijn prachtige galerie in Wijnegem bij Antwerpen en alles ademt daar de sfeer van wabi-sabi: de pure ruimten van de oude stokerij, de kunst van Europese Nul-kunstenaars en van de japanse Gutai-kring, meubels en objecten die hun ouderdom niet verbergen.

Ik heb zelf een mooie collectie 19e en 20e -eeuwse katrollen die natuurlijk puur functioneel waren, maar nu door hun textuur en patina geworden zijn tot intrigerende wabi-sabi objecten. Nu ze hun functionaliteit verloren hebben zijn het als het ware etnografische voorwerpen geworden, in sfeer en stijl nauw verwant aan beelden uit Afrika. Het is de eenvoud en bescheidenheid die objecten van over de gehele wereld verbindt. En … het is de tijd die alles en iedereen karakter geeft.