Interieurfilosofie deel 1: Het meubel als getuige

Ik verzamel graag uitspraken over de mens en zijn relatie met de dingen. De bekende schrijver over het interieur, Mario Praz, citeert in zijn boek Huis van het leven de Italiaanse kunstenaar Alberto Savinio. Het zijn prachtige woorden: ‘Groots en wisselvallig is het lot van de mens, en niet alleen dat van hem, maar ook dat van al die dingen, groot of klein, waarmee iedereen zich hier op aarde graag omringt en die even zovele koninkrijkjes vormen, die wel minuscuul zijn, maar niet minder respectabel dan grote rijken. Bovendien, wat is het leven van een mens in vergelijking met dat van de stomme metgezellen van de mens; ik bedoel dat van de meubels, van al die voorwerpen die getrouw en zwijgend het leven van een mens, een familie, een aantal generaties escorteren? De mens gaat heen en het meubel blijft: het blijft om te herinneren, om te getuigen, om degene die er niet meer is op te roepen, om soms een paar angstvallig bewaarde geheimen te onthullen die zijn gelaat, zijn blik, zijn stem hardnekkig verborgen houden’.

Hoe zou het leven zijn geweest van het meubel op de foto, een chiffonnière uit het begin van de negentiende eeuw? Welke gebeurtenissen heeft het meubel gezien, waarom heeft het zijn plek verlaten en staat het nu bij mij en morgen misschien bij een andere eigenaar? De tijd heeft zijn sporen nagelaten, maar juist de imperfectie geeft het zijn karakter. Er is niets mooier dan een oud meubel dat zijn eigen leven heeft geleid.