Hoe komt eigenlijk een interieur tot stand? Er zijn natuurlijk indelingen en combinaties waar je bijna niet om heen kunt – de keuken bijvoorbeeld – maar altijd is er de vrije keuze om naar eigen smaak objecten en meubels aan te schaffen en te arrangeren. Maar dat laatste, het arrangeren, is toch een raadselachtig proces. Als ik naar de foto kijk van een hoekje in mijn studeerkamer, dan vraag ik me steeds af: wie heeft dat bedacht?

Het ensemble is niet met voorbedachte rade ontstaan. De voorwerpen zijn niet in één keer gekocht en hebben geen enkele noodzakelijke samenhang. De hoofdsteunen uit Afrika, een sigarettendoosje uit Indonesië, een jaren ’70 vaas uit Duitsland, een keramisch object van Paulien Ploeger uit Friesland, de salontafel uit Engeland, een messing kandelaar en een paneeltje van Paul Corvers… het zijn allemaal individuele objecten, maar zoals ze hier voor het grootste deel toevallig terecht zijn gekomen had achteraf gezien niet anders gekund. Ze vormen tegen de achtergrond van de boekenkast een verrassende maar ook weer logische combinatie. Er zijn elementen, zoals de kleuren brons en blauw die alles bij elkaar brengen, maar het meest opvallende is dat er een enorme verscheidenheid is die toch tot een bijzondere en voor mij rustgevende sfeer leidt. Wat is dan het geheim?

Ik wil zo nu en dan in mijn blogs op zoek naar het antwoord op die vraag. Gelukkig heb ik de hulp van mensen die ook over het geheim van het interieur hebben nagedacht. Ik verzamel hun uitspraken. Ik heb bij de foto nog geen passend antwoord, maar de zeventiende-eeuwse Engelse dichter Thomas Traherne zet me wel aan het denken: ‘Dode dingen zijn in een kamer zinloos, tenzij ze zich in de ziel bevinden van wie ze ziet’.